Ik wil mensen muzikaal opvoeden, en daarvoor zal je ze moeten uitdagen.

Een interview over ROAR

Na een succesvolle eerste editie met namen als Bambounou en Steve Rachmad, maken helden als Truncate en Inigo Kennedy aankomende zaterdag hun opwachting in de Poema. Sietse maakte goed gebruik van onze uitnodiging om het concept van ROAR beter toe te lichten en zijn visie op de het genre Techno te laten kennen.

“Zullen we eerst even helemaal terug gaan naar het begin? Hoe begon het draaien bij jou?”

Sietse: “Ja, thuis. Ciesen (Raven is Leven, red.) ken je wel, beste maat. Veel samen naar feesten geweest vroeger en vervolgens had hij een paar draaitafels gekocht. Na twee jaar ofzo durf je eindelijk ergens te spelen haha. Mijn eerste “gig” was dan ook op een illegale.”

“Bivakkeerde je toentertijd in de Utrechtse scene of heb je veelvuldig uitstapjes gemaakt naar buiten Utrecht, Amsterdam bijvoorbeeld?”

Sietse: “Jaa, zat aanvankelijk vooral in Utrecht. Het is wel lastig aarden in Amsterdam als buitenstaander. Na twee jaar ben ik wat dingen gaan doen, onder andere voor Raven is Leven en ook Studio80 radio. Toen af en toe in Amsterdamse tenten gestaan, maar het blijft lastig als een niet-Amsterdamse dj.”

Sietse was aanvankelijk één van de koppen van Raven is Leven, maar na wat creatieve verschillen onderling, besloot Sietse Raven is Leven te verlaten. Hierover gaf hij wat meer toelichting.

“Hoe is dat dan verlopen met Raven is Leven, waar je ook op hebt gedraaid en meerdere werkzaamheden voor hebt verricht?”

Sietse: “Het ding was een beetje dat Raven is Leven op een gegeven moment niet echt meer mijn sound was. Dat geeft vervolgens geen fijne feeling meer, en de motivatie is dan ook ver te zoeken. Dus besloot ik een stapje terug te doen.”

“En nu ROAR, een concept dat dus echt jouw sound kan waarborgen. Hoe zouden wij die sound moeten typeren?”

Sietse: “Mijn missie voor ROAR is om kwaliteitstechno aan te bieden voor een breed publiek. Mensen, die bijvoorbeeld normaal niet naar Techno luisteren, aan het einde van de avond te laten springen en te dansen, op hardere muziek dan dat ze gewend zijn. Context is hierbij het sleutelwoord. Veel variëren en buiten de gevestigde kaders denken. Ik noem het zelf ook “bootyshaking Techno” haha. Het moet uitdagend zijn om een avond lang te blijven boeien, maar tegelijk ook goed dansbaar.”

“Daarom ook die eerste editie met Bambounou, neem ik aan?”

Sietse: “Ja, Bambounou is geweldig, écht perfect. Iets wat ik in mijn sets ook probeer. Een beetje “bubbeling” techno, met een constante groove. Veel diepgang en contrasten waarin hij heen en weer gaat tussen verschillende genres. Deze man wordt nog een hele grote!”

“Deze tweede editie verschilt wel een beetje met de eerste, met namen als Inigo Kennedy en Truncate.”

Sietse: “Klopt, ik ben deze editie ietsjes harder gegaan. Heeft vooral te maken met het feit dat ik nog in de beginfase zit van het concept. Zodoende ben ik dus nog een beetje aan het aftasten. Het concept moet ook groeien en zich tot een bepaalde hoogte zich ontwikkelen. Ik wil niet nu al het concept (ROAR, red.) in een hokje plaatsen, maar wel een soort rode draad dat aangeeft wat je ongeveer kan verwachten. Ik wil mensen muzikaal opvoeden, en daarvoor zal je ze moeten uitdagen.”

“Vandaar ook een line-up met onder andere Inigo Kennedy, een artiest die aardig duister kan draaien.”

Sietse: “Ja, weetje, ik vind Truncate de perfecte afsluiter. Truncate is altijd recht toe, recht aan, maar er zit altijd wel een hobbel in zijn muziek, of een clap of iets. Het is heel dansbaar. Inigo is dan in die zin inderdaad ook een beetje aftasten, maar het is zo’n vette artiest en brengt met Token (Techno-label, red.) hele vette dingen naar buiten. Ik zou bijvoorbeeld Røhâd (Dystopian, red.) ook heel graag willen boeken ook al is hij wat duister. Voor ROAR is het dus belangrijk hóe je deze artiest gaat brengen om binnen het concept van “breed publiek” te passen. Daar ligt voor mij dan ook de uitdaging en tevens de drijfveer voor mij.”

“Het klinkt alsof je wel graag wat enige variatie in de line-ups wilt hebben.”

Sietse: “Ja, ik wil wel wat afwisseling in de edities. Het publiek het genre Techno goed laten ontdekken, want er bestaan aardig wat sub-stromingen en aardig wat sounds binnen Techno. Ik wil met de volgende editie dan ook weer wat meer de eerder besproken Bambounou-stijl. Op het moment dat je jezelf namelijk echt vastzet in één specifieke stijl, wordt het lastiger iets speciaals te ontwikkelen.”

“Ontwikkeling van een bepaalde sound is dus wel iets wat van belang is voor jou?”

Sietse: “Ja klopt. Jezelf vastzetten in een bepaald iets, staat ontwikkeling aardig in de weg. Wat er wordt geluisterd en wat er tof wordt gevonden kan aardig snel veranderen. Zo zou je eigenlijk met je tijd mee moeten gaan. Enkele jaren terug werd er amper Rødhâd gedraaid, maar nu is het helemaal hot. Die echte Berghain/Berlijnse sound. Ik denk bijvoorbeeld dat dat je over twee jaar juist weer veel jazzinvloeden terug gaat zien in Techno als tegenantwoord op de wat vlakke techno van nu."

“In het kader van ontwikkeling, zoals je zelf zegt, zou je dan ook met ROAR ooit richting de House gaan?”

Sietse: “Nee. Op het moment dat je met een Techno-concept house-muziek gaat programmeren, stimuleer je vervreemding. Dat kan gevaarlijk zijn. Je concept moet wel duidelijk zijn. Kijk, die rode draad is belangrijk, maar als je teveel heen en weer gaat, kan je je vaste gang kwijtraken. Uiteindelijk wil je dat mensen voor ROAR komen, en niet perse voor de namen die er staan. Voor die ROAR sound."

“Welke dingen typeren nog meer die sound? Het lijkt alsof je een goed uitgebreide visie hebt over de inhoud van een bepaalde sound.”

Sietse: “Haha, ja. Wat ik ook belangrijk vind, zijn contrasten. Wat Bambounou ook heel goed doet, is dat hij goede contrasten in zijn set heeft. Alleen maar raggen, is leuk voor een afsluit-set, maar in mijn optiek haken mensen af bij een avond alleen maar raggen. Ik zie dan ook een set als een verhaal, of een film, één die rustig begint, dan gebeurt er wat en daarna weer een rustmoment en bouwt zo dan weer op. Daarom vind ik de openingsset ook zo belangrijk. Het is wel de set die de lijn bepaalt. Begin je hard, dan wordt de avond ook alleen maar harder, en als dat niet het doel is, ben je verkeerd bezig."

“Duidelijk. Daarop inhakend: Hoe zie jij een perfecte avond ROAR verlopen?”

Sietse: “Nou, ik wil graag een beleving creëren. Dat is ook een groot onderdeel van de context waarmee ik mijn publiek wil opvoeden. Ik zit nu in de beginfase, dus ben vooral bezig met ROAR meer aan de buitenwereld te laten zien. Haar naamsbekendheid vergroten en mensen een bepaald gevoel meegeven waarmee ze naar mijn feest komen. En hoe groter de bekendheid, hoe meer ruimte er is om de beleving op het feest zelf uit te breiden. Zo heb je bijvoorbeeld op festivals aardig wat randprogrammering, dingen als hippe eettentjes, vette theater-stukjes etc. Ik wil proberen die beleving door te trekken naar de club. Dat op het moment dat mensen binnenkomen zij denken van “hey, ik ben weer bij ROAR.” Dus zo wil ik dan meer aandacht voor aankleding en dergelijke, zodat dat soort zaken echt goed bijdragen aan de gehele beleving. Neem als voorbeeld Avant Garde (feest in Winkel van Sinkel, red.). Hoe zij de aankleding hebben aangepakt, hoe zij duidelijke thema’s stelden, hoe veel aandacht zij besteedden aan kust en dergelijke. Iedereen deed er ook volop aan mee en de organisatie zelf ook. Dat vind ik echt tof. Daar wil ik dan echt naar toe.”

“Even iets heel anders, een vraag die ik graag stel is: Wat vind jij eigenlijk van de Utrechtse, vooral de Techno-scene?”

Sietse: “Op het moment is die erg goed. Hij zat erg in het slob. Als je het nu vergelijkt met Amsterdam kan je stellen dat Utrecht weer wilt. Je hebt bijvoorbeeld BASIS nu, die wat uitdagender boeken maar ook bij Poema zelf zie je een duidelijke lijn omhoog. En met Tivoli heeft Utrecht weer een podium voor de echt grote artiesten. De clubs en mensen willen er weer voor gaan en dat is tof. Techno is nou eenmaal erg lastig in Utrecht. Utrecht als studentenstad, waarin vele studenten komen voor de Oliver Weiters en de Miss Milera’s. Dat is super hot hier. Daarom zie ik het ook als mijn taak om juist die mensen kennis te laten maken met kwaliteitstechno. Maar verder, ja, je hebt nu Adept en Soenda, die sinds 2 jaar weer een duidelijke lijn hebben in hun programmeringen, en die hebben gewoon echt vette line-ups.”