Zorg goed voor de mensen, in plaats van de bezoeker al bij voorbaat te behandelen als een crimineel.

POEMA RAW ••• 11 YEARS OF HISTORY: Arnout van der Zwaal

“Ik wil graag een stapje in het verleden doen en helemaal terug naar het begin gaan. Hoe kwam de Poema een rol te spelen in jouw leven? Wat was jouw eerste ontmoeting met de Poema?”

Arnout: “Wauw, wat een existentiële vraag, haha. Maar ik vind het leuk om zo te beginnen. Um, ik werd uitgenodigd door een collegaatje om naar een show te gaan. Een show van Tomorrow. Zij hadden Guy Gerber en Chris Tietjen van Cocoon label uitgenodigd. Eerste keer dat Guy Gerber in Nederland stond, was in de Poema, in 2007. Ik ben die hele nacht gewoon losgegaan. Het was ramvol. Iedereen ging er helemaal voor. Ik denk dat dat de manier is waarop ik de Poema mij het beste herinner. Dat de hele zaal gefocust was op de artiest en helemaal opging in de muziek. Ik merkte dat het echt daar om ging voor de mensen. Het ging niet om achter de vrouwen aan zitten, zuipen of zelfs socializen, maar “nee we moeten die artiest zien, dansen, helemaal losgaan.”

Arnout & Florian, 2007.  Tomorrow, Poema.

“Als je dan terug kijkt naar de periode wanneer je daadwerkelijk aan het werk ging bij de Poema. Kun je daar iets meer over vertellen?”

Arnout: “Ik ben eigenlijk begin 2008 naar de Poema gegaan samen met een maatje, Florian, om een feest te geven. Daar ontmoette ik Andrew (Andrew Sharrot, directie – red.). We wisten echt niet hoe wij een feestje moesten organiseren, beetje houtje touwtje allemaal, haha. We wisten wel wie we dolgraag op ons feest wilden laten draaien. Een DJ uit Berlijn, die in de Tresor stond. DJ S.P.U.D.  Kende helemaal niemand, maar die wilde we heel graag hebben. Toen hebben wij Daniel Stefanik, Dimzen, Miss Melera, Wouter de Moor en nog een paar anderen erbij geboekt. Dat feest was een succes en al snel werd me gevraagd om nog een feest te organiseren. Zo werd ik langzamerhand betrokken bij de Poema.

“Wat voor rol speelde Andrew daarbij? Bij jouw betrokkenheid bij de Poema?”

Arnout: “Meerdere. Hij gaf mij de ruimte om al lerend een feest te organiseren en zo mezelf te ontwikkelen, ook al dacht hij waarschijnlijk soms van “die jongens hebben geen idee waar zij mee bezig zijn,” haha. Daarna heeft hij mij praktisch een baan aangeboden in 2010. Zodoende. Ik ben op een gegeven moment een jaar ergens anders wat werkzaamheden gaan verrichten – ik was overal in Utrecht bezig toentertijd. Daarna werkte ik weer samen met Andrew op projectbasis. Als bepaalde dingen mij aanstonden en Andrew vond het ook een goed idee, dan deden wij dat. Ik denk dat het voor heel veel mensen in de scene zo geldt. Mensen komen bij de Poema helemaal los van elkaar en dragen uiteindelijk bij aan  het totaalplaatje van de Poema, maar ook aan de scene; terwijl zij in eerste instantie dat niet eens van plan waren en hun waarde vaak daarin niet eens door hebben. Dat definieert Poema wel. Je ziet het aan verscheidende organisaties. Zij zijn op hun eigen wijze heel erg betrokken bij de Poema.

“Ja, zo zie je dat ook terug na het verloop van jaren. Het is toch wel een grote groep die ooit werkzaam zijn geweest of zelfs zijn begonnen bij de Poema.”

Arnout: “Jongens als Paul Boex (Abstract Division & Smeerboel, red.) en Hidde Pluymert van Magnetronik (Mojo & (ex)-Melkweg, red.) die inderdaad werkzaam waren bij de Poema back in the day.”

“En artiesten? Ik noem een Samuel Deep.”

Arnout: “Ja, nou Samuel Deep heeft een podium gekregen in de Poema. Hij draaide toentertijd nog in de Metro Recordstore, een platenzaak. Hij draaide gewoon met z’n matties van Slapfunk op hun eigen (vaak underground) feesten. Rogier (Rogier Kock, MC Roga, red.) organiseerde toen feesten in de Poema, namelijk Club Junx en hij boekte een aantal keren Samuel, waardoor hij voor een ander publiek kwam te staan.

Als we kijken naar de rol die Poema heeft gespeeld in Utrecht, vooral voor lokale artiesten, zie je dat zij toentertijd echt populair waren in Utrecht. Wij programmeerden in 2011 ook heel vaak lokale jongens. Zij vormden de basis voor echt goede feesten. Dat zien we tegenwoordig ook met 44Bass. Die heeft ook een stuk van die geschiedenis geërfd door jongens als Samuel Deep, Anil Aras, Julian Alexander etc. neer te zetten. Het was niet alleen “wij zetten deze artiesten neer omdat zij hot zijn”. Nee, er is een hele basis gecreëerd door Slapfunk voor een specifieke sound, 90’s house, wat er voor gezorgd heeft dat mensen in Utrecht verder gingen kijken dan alleen techno. Zo ontdekten zij bijvoorbeeld Garage en interesseerde men zich in de UK-sound.

“Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar wat voor rol de Poema speelde bij jou persoonlijk. Hoe heeft de Poema bijgedragen aan jouw ontwikkeling als booker/programmeur?”

Arnout: “Ik werd rond mijn aanname als booker/programmeur goed het diepe ingegooid. Rond die tijd programmeerde ik ook op andere locaties avonden. Op een gegeven moment deed ik elke week wel wat. Ik heb daar lessen uit getrokken en later merkte ik wat wel en niet werkte. En later werkte ik veel samen met lokale organisaties, omdat dat goed werkte. Met een Ashley (Sublunary Music, red.), Wouter S (44Bass, red.), Sietse (Roar, red.), Van Anh (HOF, red.), de jongens van Blauw Gras etc. Dat zit een beetje ingebed in mijn filosofie: Je bouwt iets lokaals op. Er is een bepaalde vraag vanuit de achterban en daar doe je dan iets mee. Zo zie je dat bijvoorbeeld ook bij Ciesen met Raven is Leven. Hij zou nooit hele commerciële techno of house gaan programmeren vanwege zijn achterban.

“Is dat dan ook een lijn waar je altijd aan hebt vast gehouden?”

Arnout: “Nou, het is in ieder geval een lijn die voor de Poema heel lang heel goed heeft gewerkt. Back in the day had je dat met Wouter de Moor, Miss Melera en Ille Bitch, die gewoon heel populair waren. Die heb ik toen ook resident gemaakt bij de Poema. Later pas heb ik die artiesten nog meer bij de Poema betrokken door hen een concept te geven. Met Ashley dus Luna Invites en Sublunary.  Zo zie je dat ook met 44Bass. Met 44 werkten wij ook vaak vooruit. Zo legden we een muzikale lijn uit door stappen te maken in muzikaliteit. We begonnen met catchy namen zoals Shadowchild, Hannah Wants e.d. Op een gegeven moment wilden we meer de Garage in dus met namen als Jeremy Sylvester, DJ Q, DJ Caspa en DJ Haus.”

“Kan ik dan ook stellen dat, net zoals jij ruimte gaf aan artiesten voor hun eigen concepten, jij dan ook vanuit de Poema de ruimte kreeg om je eigen visie te vormen?”

Arnout: “In zekere zin wel. Ik ben voor veel van die organisaties een schakel geweest tussen hen en Poema. Die functie is iets wat ontwikkelt is vanuit mijn beginjaren bij de Poema. Ik vind het inmiddels heel interessant om zulke werkzaamheden te verrichten: een focus leggen op lokale organisaties en daar heeft de Poema, en vooral Andrew, mij heel veel ruimte voor gegeven. Ook kreeg ik de vrijheid om echt grotere artiesten te booken. Artiesten zoals Mauro Picotto, Len Faki, Keri Chandler en Adam Beyer in de jaren 2011-2012. Nu van de laatste jaren een Alan Fitzpatrick, een Noir, een DJ EZ.”

“En inderdaad als je een beetje terugkijkt. Welke dingen zijn jou het meest bijgebleven? Aangezien je echt een aantal jaren meeloopt in de scene.”

Arnout: “Heel persoonlijk dit: want hetgeen mij het beste bijblijft is het hetgeen dat zo dicht mogelijk bij mij staat, dus eigenlijk hetgeen wat zo dicht mogelijk aan de dag van vandaag staat. De scene is zo dynamisch tegenwoordig! Er gebeurt zoveel op muzikaal gebied. Er wordt zoveel muziek uitgebracht, zoveel feesten georganiseerd. Je merkt het ook aan het publiek. Zij zijn praktisch de volgende dag weer vergeten bij welk feest zij waren. Het is wel echt inherent aan de scene dat alles snel weer voorbij gaat. Zo kan je een artiest heel snel omhoog zien schieten, maar ook heel snel naar beneden zien vallen.”

“Dat was vroeger dus echt anders?”

Arnout: “Ik denk dat er zoveel feesten en festivals zijn bijgekomen en dat organisaties dan de keuze maken voor artiesten die elders niet geprogrammeerd zijn. Wat volgt is dat er artiesten zijn die een voetstuk krijgen die zij aanvankelijk niet hadden. Dit betekent dus ook dat artiesten die vaak gevraagd worden, hun fee verdubbelen of verdriedubbelen. De kleinere artiesten nemen zo dus de fee’s in van de vorige “klasse” en zo bouwt de scene zich voort. Waar je voor een bepaalde artiest 5 jaar terug 1K neerlegde, leg je daar nu 5K voor neer. Die kleinere artiesten nemen dus die 1K klasse en de grotere artiesten die 5K. Dit is wel echt iets van de laatste jaren. Door concurrentie is de scene uitgebreider en groter geworden. Agencies zie je meer ruimte en meer invloed krijgen. Aan de andere kant is het natuurlijk wel heel leuk dat er steeds meer muziek ontstaat om van te kunnen genieten.”

“Als je bijvoorbeeld een paar metastapjes zou nemen en de scene zou observeren: welke dingen zijn tegenwoordig echt kenmerkend voor de scene? Apart van wat je net hebt uitgelegd.”

Arnout: “Ik kan het nu even benoemen hoe ik het zelf ervaar, is dat 8 jaar geleden DJ’s de Poema inkwamen; helemaal lam en volledig in de feeststemming, haha –  achter die draaitafels gingen staan en met vinyl alles retestrak inmixten. En het boeide ook helemaal niet of je bij de Thai ging eten of bij de KFC. Het was gewoon aan. Dat waren well-established artiesten, met muzikale geschiedenis en referenties. Tegenwoordig heb je jochies van achttien, negentien, die perse sushi bij een specifiek restaurant van te voren willen eten en een of ander granaatappelsap willen krijgen en als je dat dan niet hebt, dat zij dan gewoon pissig worden. We hebben het dan over jochies die een jaar geleden nog bij hun moeder woonden. Dat is wel iets dat echt veranderd is in vergelijking met vroeger: de commercialisering die nu plaatsvindt in de scene.”

“Staat inmiddels dan ook kwantiteit boven kwaliteit? Dat het aanbod zo relatief sterk stijgt wat ervoor zorgt dat het de kwaliteit van het aanbod niet altijd ten goede komt?”

Arnout: “Ik denk dat er eigenlijk wel iets te zeggen is voor de professionalisering binnen de scene. Zo is de Poema de afgelopen tijd goed vooruit gegaan, in ieder geval in aanzicht. Dat is een vooruitgang. In het algemeen begrijpt men inmiddels ook steeds beter hoe bepaalde dingen werken. Dus nee, ik ben het er niet helemaal mee eens. Organisaties zoals Welcome to the Future, Dekmantel en DGTL die marketingtechnisch zo sterk zijn dat zij de scene naar een ander niveau hebben getild. Niet alleen maar van “mannen en techno, bambam”, maar dat zij ook een breder publiek hebben kunnen prikkelen. Dus kwantiteit zeker, maar ook een heel stuk kwaliteit. Maar ik snap je stellingvraag deels wel. Dat jonge organisaties grote feesten gaan organiseren die zij management-technisch niet aan kunnen. Dat gaat inderdaad ten koste van de kwaliteit van een feest. Een feest of festival bestaat niet alleen uit muziek.

Muzikaal gezien, qua kwantiteit en kwaliteit: ik zie nieuwe initiatieven komen en artiesten die well-established zijn opnieuw manieren vinden om te innoveren.”

“Welke andere factoren kunnen een rol spelen bij de vergrote belangstelling van het brede publiek voor elektronische dansfeesten en festivals?”

Arnout: “Apart van het feit dat artiesten steeds beter een breder publiek weet te prikkelen, merkt de media ook dat de belangstelling groeit voor dergelijke feesten.”

“Is het een trend of een hype?”

Arnout: “Nou, het is én een trend én een hype. Een trend in de zin dat artiesten, nogmaals, steeds beter weten een breder publiek aan te spreken. Muzikale producers en instrumentale artiesten kiezen er vaker voor om elektronische aspecten te incorporeren in hun muziek. Elektronische muziek krijgt een breder bereik. Dit voegt toe aan de hele spectrum van dancemuziek, in general.

De hype, waar de media op focust, is de hype van “Al deze mensen gaan blijkbaar ergens heen > oh, deze mensen gaan naar dancefestivals/feesten > hun stellingname is 'op dancefestivals/feesten wordt drugs gebruikt' > al deze mensen gebruiken drugs”. Dit wordt dan teruggekoppeld of versterkt aan de hand van politierapportages, bijvoorbeeld met de tekst “er was weer een ADE met 350.000 bezoekers en er zijn 180 (+-) mensen gearresteerd die drugs bij zich hadden”. Dat is zéker een hype; de media die op dat element van de dancescene focust. Waar ook wel terecht vraagtekens bij gezet kan worden en waar men bezorgdheid over kan uiten, want de doelgroep wordt jonger en ook die moeten goed geïnformeerd blijven.

Ik denk dat het hele proces van “er zijn zoveel aanhoudingen door bezit op drugs etc.” bijdraagt aan het afschilderen van de bezoeker in het algemeen als “je bent ten eerste crimineel totdat je we zeker weten dat je geen drugs bij je hebt”, vandaar ook al die beveiligingspoortjes. Van “we willen eerst zien dat je helemaal clean bent, voordat je naar binnen gaat”. Dit beleid draagt in mijn ogen bij aan de stigmatisering van de bezoeker. Ik denk dat dit teveel druk neerlegt bij organisaties en beveilingsbedrijven en dat het voor hen moeilijker wordt om hun werk gewoon goed te doen en dat is: Het feest in goede banen leiden. Een goede gastheer zijn. Goed voor de mensen zorgen, in plaats van de bezoeker al bij voorbaat te behandelen als een crimineel.

Dus, ik denk zeker dat de trend, muzikaal gezien, positief is, ook al kun je vraagtekens zetten bij de kwaliteit/kwanititeit verhouding. Ik denk echter wel dat de hype die de media aan het bouwen is rondom een minimaal doch inherent element van de scene, schadelijk aan het worden is.

“Als laatste, ter ere van jouw vertrek, wat zou jouw nalatenschap kunnen zijn bij de Poema?”

Arnout: “Hahaha, nou oke. Ik ben vooral heel erg blij dat ik in de jaren 2013-2015 echt met zulke creatieve mensen heb samengewerkt en iets heb kunnen neerzetten waarvan ik denk dat de Poema daar nog heel lang op kan voortborduren. Ashley met Luna Invites en Sublunary die echt de Minimal-sound heeft neergezet. Wouter met 44Bass. Sietse met Roar, dat de wat meer vooruitstrevende techno en house willen neerzetten; mensen begrijpen niet altijd dat vroeger techno en house één ding was. Dat moet met Roar ook neergezet worden, iets de dat muziek overkoepelt. Banden die ik met Secret Cinema ben aangegaan, Egbert en Gem Records. Ik noem nu een paar voorbeelden, maar er zijn er zoveel.

Ik denk dat het belangrijk is om de focus op de lokale mensen niet te vergeten. Bedrijfstechnisch is het heel efficiënt, maar ook vanuit perspectief vanuit de lokale community. Je geeft mensen iets te doen. Ik bedoel, waar zou ik nu zijn als ik acht jaar geleden geen feestje kon geven in de Poema? Haha. Ik bedoel, je zorgt ervoor dat er een community ontstaat en dat zij ergens bij horen. Als wij dit dan terugkoppelen naar die mediahype rondom drugsgebruik etc. dan stoot je juist de mensen af van de gemeenschap door een stempel op hen te drukken. Ik denk dat het lastig is voor wethouders om in het huidige klimaat goed beleid te voeren, maar het beste zou zijn als wethouders zouden zeggen “wij maken extra ruimte beschikbaar, we gaan meer doen aan harm-reduction”. Dit soort dingen worden al gedaan maar niet voldoende. Sterker nog, rond 2006 kon je nog pillen laten testen op festivals. Dat waren gewoon goede initiatieven. Je hebt als bezoeker het gevoel dat je veilig bent met deze mensen, met de beveiligers en de politie. Zo betrek je de politie ook bij de community. Wat ik graag in de toekomst zou willen doen, is dergelijke  community projecten opzetten waar gezonde samenwerkingen worden bewerkstelligd.

“Inderdaad! Vertel eens wat meer over wat je na de Poema gaat doen. Ik zeg altijd “Arnout gaat de wereld verbeteren, haha.”

Arnout: “Ik zou het heel interessant vinden om voor internationale organisaties aan de slag te gaan. Op lokaal gebied of juist overal ter wereld. Ik zou nu niet kunnen zeggen wat mijn rol gaat zijn in dat veld. Reden ook dat ik wegga bij Poema is om juist dit soort werkervaring en inspiratie op te kunnen doen.”